
de Volkskrant
17 juli 2018 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 11
 ENITH VLOOSWIJK
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: 'Bijna driekwart van jonge mannen wil geen vrouw als baas.'
Van wie komt de claim?
Het lijkt treurig gesteld met de emancipatie: de meeste Nederlandse werknemers willen geen vrouwelijke baas. Het zou blijken uit onderzoek in opdracht van hr-dienstverlener Pay for People. Resultaten laten zien dat bijna 73 procent van de mannen onder de 30 liever niet werkt voor een vrouw. Bij alle volwassen mannen geldt datzelfde voor 60,5 procent. En ook 54,3 procent van de vrouwen heeft liever een baas van het andere geslacht. Onder meer Hart van Nederland en het AD namen het bericht over.
Klopt het?
Voor meer details over het onderzoek verwijst Pay for People naar Mediatic. Dit pr-bureau zette het onderzoek uit bij marktonderzoekbureau Kien Onderzoek. Mediatic geeft geen inzage in het onderzoeksrapport, maar stuurt wel een overzicht van de resultaten. Daaruit blijkt dat de respondenten, 1.093 werkende Nederlanders, telkens moesten kiezen uit tegengestelde opties. Wilden ze liever werken voor een vrouw of voor een man? De optie 'geen voorkeur' ontbrak. 

Nergens staat dus dat de respondenten niet voor een vrouw wilden werken. De geforceerde keuze tussen twee uitersten maakt de vragenlijst 'erg tendentieus', zegt Janka Stoker, hoogleraar Leiderschap en Organisatieverandering van de Rijksuniversiteit Groningen. Zelf onderzocht ze in 2005 voorkeuren voor mannen of vrouwen als leidinggevende. Hier konden de deelnemers wel 'geen voorkeur' invullen. Van 3.229 mensen had ruim een kwart liever een man als baas en 7,3 procent een vrouw. Ruim tweederde van de respondenten maakte het niets uit. Dat gold voor mannen én vrouwen. Stokers steekproef was echter beperkt tot hoogopgeleide werkenden, lezers van Intermediair. De resultaten zijn hiermee minder representatief. 

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup houdt hierover sinds de jaren vijftig enquêtes. Terwijl meer dan de helft van de Amerikanen tot in de jaren zestig een mannelijke baas verkoos, is dat nu nog maar 23 procent. 55 procent van de Amerikanen zegt de sekse van de chef anno 2017 onbelangrijk te vinden. Stoker vermoedt dat de trend in Nederland vergelijkbaar is. 

Ook onderzoeker Claartje Vinkenburg van de Vrije Universiteit vindt de stelling 'problematisch'. Wel spelen impliciete stereotypen over gender en leiderschap een grote rol bij voorkeuren. Die stereotypen zijn sterk in Nederland: 'Een leider moet assertief en competitief zijn - dat is stereotiep mannelijk. Vrouwen passen minder in het plaatje: als ze competent zijn, vinden medewerkers haar niet aardig. Zijn ze aardig, dan veronderstellen we dat ze niet competent zijn.' 

Landelijke cijfers over dit onderwerp ontbreken echter. Betrouwbaar landelijk onderzoek naar de voorkeur voor een vrouwelijke of mannelijke baas is er evenmin. Na kritiek op het studie door Nieuwscheckers.nl wijzigde het AD het bericht.
Eindoordeel
Het onderzoek geeft een sterk vertekend beeld van de werkelijkheid doordat de deelnemers niet konden kiezen voor de optie 'de sekse van mijn baas maakt mij niet uit'. In ander onderzoek, van de Rijksuniversiteit Groningen, koos de meerderheid die optie.



